//
je leest...
Geen categorie

De Jaren 50 en mijn jeugdtoeren in de lage landen

Een introïtus: 1954, verre, pure vergeelde nostalgie

Donderdag 8 juli 1954: in Amsterdam start de Tour in mineur
want zonder campionissimo Coppi die tijdens een oefentochtje
door een van een vrachtwagen losgekomen reservewiel
genadeloos raak van de weg werd gemaaid.
Als het toen nog in sepia foto’s gevatte wielercircus
in de stad van walletjes en Nachtwacht wordt opgestart
likt Fausto ergens zuidelijk ver weg in Italië
samen met zijn Dama Bianca de wonden.
O fatum der Romeinen. O hemels manna voor Martin Ros.

Volgens het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid
“stortte de menigte een enthousiast gejuich uit over
de hoofden van de renners” wanneer veldheer Jacques Godet
vanuit een hagelwitte Peugeot 203 met open dak
in de schaduw van het Olympisch stadion
de slenterende Tourkaravaan op sleeptouw neemt.
Maar mooier nog is het beeld van Woutje Wagtmans
die aan de vooravond van de start glunderend
uit zijn sportwagen stapt, dezelfde Wagtmans, monsieur,
die een dag later in Brasschaat de eerste rit zou winnen
en op het vlak van playboy-présence niet moest onderdoen
voor le beau Louison Bobet, de latere eindwinnaar
en heerser over het maanlandschap van de Izoard.
Maar de mooiste naam in die Tour blijft voor mij
die van Roger Hassenforder, nu restauranthouder
en hotelbaas in Kaysersberg, Haut Rhin,
ergens op zolder zit zijn foto in een schoendoos.
Ik zal zowaar gelukkig zijn als een kind
wanneer ik hem ooit terugvind, die foto.
En ja, Federico Bahamontes, de nu nog immer
messcherpe adelaar van Toledo en sierlijkste klimmer ooit,
brak dat jaar door, Ferdi Kubler won à la Cancellara
met de Zwitserse equipe de ploegentijdrit,
van een gans ander allooi was de in Nederland
met succes gescheiden Friese Siamese tweeling,
de in datzelfde naar Vlaamse normen hoognoordelijke gebied
door Jeen van den Berg gewonnen Elfstedentocht en de
-nomen est omen- piëteitsvolle Paus Pius XII die in Rome
bij de eerste televisie-uitzending waarschuwt voor
de gevaren van dit nieuwe medium voor het gezinsleven.
De erotische escapades van veel hedendaagse topvoetballers
liggen dan weer helemaal in de lijn van het Hongaars elftal
dat in ’54 van Duitsland de WK-finale verloor omdat ze ter plekke
onder de kundige leiding van de magistrale Ferenc Puskas
nogal fors de bloemetjes zouden hebben buitengezet.

Pièce de résistance: 1958, van Atomium tot Charly Gaul

De verschroeiende hitte van de Tour van 1957 zinderde nog na
in radiocommentaren en op vurige supporterstongen:
een nieuwe jonge god was opgestaan, Normandiër Anquetil,
met reden Maître Jacques en Monsieur Chrono genaamd,
de gestileerde renner die aan de finish een kammetje uit
zijn koerstrui te voorschijn toverde en er gracieus
zijn blonde haren mee in de plooi legde.
In het Belgisch Expo-jaar 1958 stapte hij
– bloedfluimen ophoestend- in Besançon uit de Tour,
in de alleswetende kranten stond sec genoteerd
dat zijn conditie helemaal niet je dat was en
dat zijn recente huwelijk daar wel voor iets kon tussenzitten.
Anquetil werd in de loop der jaren Grootmeester in de Liefde
en veranderde meer van dame dan van ploeg,
hij was zonder enige twijfel een Heer van (one night) Stand
en zou vijf keer la Grande Boucle winnen,
geen enkele vrouw kreeg hem van zijn geel voetstuk.
Die zomerdag flitste frêle Jacques zonder dat ik het besefte
aan mijn onschuldige elfjarige ogen voorbij,
ik verzamelde toen al wel de rennersportretten van Rizla,
Anquetil lag samen met zijn collega’s onder een elastiekje
te wachten op het moeilijk te vullen plakalbum.
En ik had hem ook al in 625 lijnen gezien want
ik mocht af en toe van mijn mama bij Rose
naar de kleine en beverige televisie kijken,
Rose, de dagelijks ice-cream likkende Engelse buurvrouw
uit het door de Lufwaffe gebormbardeerde Coventry en
weduwe van Gust, een Brusselse soldaat van de Grote Oorlog
die in mijn dorp peaceful gewoon schoenmaker werd.

We schrijven vrijdag 27 juni 1958,
een dag eerder had de pijlsnelle André Darrigade in Gent
de eerste rit gewonnen die onder de glanzende aluminiumbollen
van het Atomium uit Brussel was vertrokken.
De wereldtentoonstelling maakte België hot,
het Koninkrijk van bier en chocolade blies zichzelf op
zoals de kikker uit de fabel van La Fontaine.
In 2010 zit de fabelooievaar nog altijd op de loer
om deze in 1830 van Holland afgescheurde ballon
van alcohol, frieten en cacaoderivaten te doorprikken.
Alleen Albert II, pater Damiaan en Eddy Merckx
houden dit landje nog samen, politici leveren strijd om
de eerste kitscherige presidenten te worden van
de bananenrepublieken Vlaanderen en Wallonië
die er als kneuterige gedrochten uit zullen ontstaan.
En vraag me asjeblief niet wat dient te worden aangevangen
met de culinair niet te pruimen splijtzwam Brussel.
1958 was ook het jaar waarin Angelo Roncalli in Rome
tot paus Johannes de XXIIIste werd verkozen,
zijn hemels rijk op aarde was van korte duur
maar veel meer vernieuwend dan wat al zijn opvolgers samen
tot op vandaag vanonder hun tiara te voorschijn hebben getoverd.
Maar nu terug naar de passage van de Tour door mijn dorp:
mijn papa had die dag speciaal verlof genomen,
zijn zwaar en smerig werk onder stoomlocomotieven
– hij repareerde en verving in Vorst hun defecte remmen-
kwam voor één keer op de tweede plaats,
zelfs zijn gerespecteerde ploegbaas, mijnheer Wielemans,
was naar ons dorp afgezakt om samen met de Verhegghe’s
de Tour op weg naar Duinkerken te zien voorbijrijden.
De reclamekaravaan mocht zeker niet worden gemist,
dus trokken we op tijd naar de Aalsterse steenweg,
mijn mama had haar mooiste blouse aangetrokken,
het bloemenmotief zit nog fleurig op mijn netvlies.
En de kleuren van het toen al overweldigend Tourcircus:
de in witte overalls gehulde stoere motorrijders die rechtstaand
op de zadels van hun zware machines voorbij bromden,
de marineblauwe bestelwagens van Butagaz,
de glanzende Citroëns Traction Avant
die ons warm maakten voor Miko-ijs.
En natuurlijk niet te vergeten de strogele sombrero
van Yvette Horner die zich ook een Citroën liet welgevallen
om op het dak ervan haar trekharmonica te bespelen,
ze was in de fleur van haar leven toen, Yvette,
36 jaar jong, met opzichtige zonnebril en ringen,
veel later, in de jaren ’80, zal ze nog met virtuoze vingers
Sous le ciel de Paris uit haar fonkelende trekzak lokken
of op de Franse televisie Boy George begeleiden,
hij, een androgyne maar kunstig kwelende kip,
gepoederd en geschminkt zoals de courtisanes
die Versailles wuft en decadent maakten,
Yvette op haar beurt met brandend rood haar en
in een kleed van alles onthullende zwarte kant gehuld.
Hoe zou het nu met haar zijn, vraag ik me af,
speelt ze nog op haar accordeon en zo ja, in een rusthuis ?

Weken later zou Luxemburger Charly Gaul in Parijs
goudgeel zegevierend over de eindmeet fietsen,
als lid van een met Nederlanders gemengde ploeg:
was op 3 februari van dat jaar in Den Haag
met de ondertekening van het Benelux-verdrag
al niet het zaad van deze dubbele landenoverwinning
tot ontkiemen gebracht ? Zie de plechtstatige foto’s
met Drees, Luns, Van Acker en Larock.
De Tour van ’58 was er een uit de zware oude doos:
4319 kilometers over 24 etappes gespreid,
zonder één enkele rustdag, dit zou nu als barbaars
worden beschouwd, beslist met stakingen tot gevolg.
De dwangarbeiders van de weg kwamen toen nog niet als
fluorescerende sandwichmannen de huiskamers binnengerold,
valpartijen en kwetsuren gebeurden in zwart-wit,
zo de bebloede kop van onze Italiaans-Waalse Pino Cerami
en Giuseppe Pintarelli die met zijn talloze pleisters
als een fietsende mummie de Franse wegen pleisterde.
Maar vooral Darrigade schreef dramatische geschiedenis:
op weg naar een haast zekere spurtzege in de laatste rit
knalde hij in het Parijse Parc des Princes tegen
Constant Wouters, de directeur van het Parc, aan,
Wouters die te ver voorover leunde om de renners te zien.
Andre Darrigade hield er stekende koppijn en
een opzichtig monumentaal verband aan over,
Wouters zou een paar dagen later in een hospitaal sterven.
Ik denk aan dit drama wanneer ik decennia later
in Gent de gewezen topspurter ontmoet,
we kijken beiden gelukzalig glimlachend in de lens,
de tragedie is opgeborgen achter de coulissen van de tijd,
de wonden zijn gelikt, ook eindwinnaar Gaul is al lang dood.
Om opgewekt met een exotische naam te eindigen:
hoe het vandaag met Roger Walkowiak is gesteld
weten zelfs Google of Wikipedia me niet te vertellen.
Walkowiak, de in Montluçon geboren renner van Poolse origine
die als gregario pur sang
in 1956 totaal onverwacht de Tour had gewonnen.
Of sic transit gloria Touri.


willie verhegghe
recent gepubliceerd in De Muur (Uitgeverij Veen/ Amsterdam)



Advertenties

Over GeelZucht

GeelZucht zijn 5 dichters die 1 Tour verslaan! In 2012 zijn dat Yella Arnouts, Bert Bevers, Patrick Cornillie, Frank Pollet en Willie Verhegghe.

Reacties

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Cheese!

Archief

%d bloggers liken dit: