//
je leest...
Geen categorie

La Grande Boucle

of
Leven, liefde en dood in 100 Tours

– I –
L’ histoire riche de la douce France

Dit gezegend land, kreunend zoals een vrijend paar
maar dan onder de niet altijd lieve lust
van zijn rijke en bewogen  geschiedenis:
elke dag opnieuw bijten opgegraven Romeinen
hun tanden stuk op een gloednieuwe Asterix,
schudt Jeanne d’ Arc de vlammen van zich af en
staat ze slechts met slip en beha getooid te stralen
met de schoonheid van haar coupe garçon.
Zij had renner kunnen zijn, de omgekeerde reïncarnatie
van Jeannie Longo maar dan jong en sierlijk
tot in de kleinste vezels van haar laaiend lijf.
En wat te denken van de protserige koning die de zon
in zijn naam en luizenpruik te pronken zette ?
Of de kleine man uit Corsica die Eiffeltoren-groot wou zijn
maar in Waterloo het finale reiskantoor bezocht
voor zijn muffe dodentocht naar Sint Helena.
Toen ik voor zijn bruin en opgedirkt Parijs’ praalgraf stond
hoorde ik hem klagend in zijn hoogmoed krimpen:
geef mij dan maar de reus van Colombey-les-Deux-Eglises
die twee wereldoorlogen lang zijn grote laarzen
aan de Duitse pantsers poetste, De Gaulle was zijn naam.
Ach, la douce France, spitante speeltuin van Brigitte Bardot
die met de lavende lyriek van haar borsten ongegeneerd
met de gedichten van Rimbaud in competitie ging,
in Charleville-Mézières keert Charles zich nu nog elke dag
met haar hulp wellustig om in zijn wit geblakerd graf.

– II –
Les vrais héros du Tour

Ze zijn met velen, de helden van de Tour
die nu al honderd maal dit gezegend heidens land
van bloedrode wijnen en vrouwelijke wellust
met hun overvloedig rennerszweet besprenkelen,
zout wijwater uit kervend fietslabeur geboren.
Ik groet hen nederig, doe mijn petje voor hen af en
schrijf hun namen sierlijk in een goudgeel boek.
Maar zij die in Parijs ooit de ultieme lauwerkrans
om hun scherpgekoerste kop hebben gevoeld en
daarna in de Grote Oorlog met kogels en schrapnels
uit het rijk van de waanzin werden weggestuurd
zijn mij lief als waren ze mijn vaders.
De gesneuvelde klanken van hun namen stijgen op
uit verlaten graven waar geen bloemenkrans op rust,
heel even nog buigen Alpen- en Pyreneeëncols
hun stenen hoofd en daarna niets meer, vanaf 1919
ging alle Tourgeweld opnieuw zijn gewone gang
van vallen en weer opstaan en creëerden kranten
elk jaar ondoordacht en nonchalant hun nieuwe helden.
Ik denk hier piëteitsvol aan piloot Octave Lapize
die als een fazant uit de lucht geschoten werd,
aan Lucien Petit-Breton die met een legerauto
in een laatste dodenrit over stukgeschoten Franse wegen reed.
Maar de Reus van Colombes, Francois Faber, blijft
met zijn geronnen bloed en een kogelgat in het hoofd
het scherpst op mijn gescheurd netvlies gevangen:
toen hij een gekwetste makker wou ontzetten
werd hij barbaars met de heldendood beloond,
de uitgedroogde en verwelkte zegebloemen van Parijs
liggen kleurloos op zijn groot en stilgevallen hart.

– III –
Les Géants

Zij die met loodzware prehistorische vehikels en
wollen lompen om de lenden met hun zweet en bloed
de Tour kleur en ouderwetse heroïek hebben bezorgd:
hun roem ontstond uit antieke gevechten
met de verlammende limieten van hun eigen lijf en
de hitte op de cols die hun coreurskarkas deed koken.
Zo blijft Oude Galliër Eugène Christophe vloeken
in de smidse in de schaduw van de Tourmalet
waar hij voor eeuwig zijn voorvork blijft herstellen.
De welgeschapen en door een wellicht jaloerse Louison Bobet
‘le Grand Fusil’ genoemde Raphaël Geminiani staat nu
nog stevig rechtop in de stormen van het oude leven
en wat gezegd van de grootste womanizer van het peloton,
genaamd Monsieur Chrono ? Secondenmeester Anquetil
keek op geen uur om een vrouw het hof te maken,
bij zijn stijlvol graf in Quincampoix groeit lavendel
waarmee hij hoog in de hemel in zijn ongeëvenaarde stijl
angelieke schepsels blijft verleiden, ja, zelfs onbevlekt bevrucht.
En hiermee wil ik echt geen erotisch onrecht doen aan hen
die in de Tour hun majestueuze vleugels hebben uitgeslagen:
Coppi, Bahamontes, Merckx, Hinault en andere Indurains
blijven ongenadig heersen in een rijk dat niet van deze wereld is,
hun naam klinkt als een klok uit Middeleeuwse kathedralen,
met weliswaar hier en daar een barst die doping heet,
iets waardoor de ultieme winnaar Armstrong voor een tijdje
via hypocriete streken van de erelijsten werd geschrapt
tot hij bijna zeker ooit in volle eer en glorie wordt hersteld.
Zelf overvloedig zondaar gooi ik nooit de eerste steen
maar ben ik heer en meester in het schenken van vergiffenis.
Ik omarm het circus van de Tour, breng hulde aan zijn clowns
en acrobaten, ga sinds Maître Jacques er niet meer is
ongezien met alle podiummissen naar het illusoire bed.

– IV –
Trois morts et un survivant
of van Ventoux tot Portet d’ Aspet

Zoals een groot zwart doek op een katafalk,
zo ligt de dood van hen die stierven op de fiets
over het geheugen van de wielersport gespreid.
In de Tour denk je dan aan René Pottier
die één jaar nadat hij in 1906 zegevierde
uit puur liefdesverdriet zelfmoord pleegde:
zijn vrouw had hem bedrogen met een vreemde man,
Pottier verhing zich daarna aan een haak waaraan
normaal gezien zijn koersfiets diende te hangen,
rondom hem had hij zijn trofeeën uitgespreid,
een afscheidsbrief viel niet te bespeuren.
Voor mij ligt een foto van René en zijn vrouw:
hij kijkt ernstig in de lens, omknelt zijn fietsstuur,
een bandana-avant-la-lettre boven het getaand gezicht,
ik bespeur een ring aan de linkerhand, zijn trouwring ?
Zijn vrouw draagt een maagdelijk wit feestkleed,
er zitten fiere pluimen op haar hoed,
zij houdt met de rechterhand het koersstuur vast en
raakt heel even de hand van haar man.
Dan was de Franse publiekslieveling van de jaren ’30,
André Leducq, een stuk levenslustiger:
na een ritaankomst in Grenoble ging hij er ’s avonds
op een receptie met de vrouw van de burgemeester vandoor.
De vlucht eindigde snel maar moeiteloos in een liefdesbed,
’s anderendaags won Leducq een loodzware bergetappe,
de burgemeestersvrouw stuurde een gelukwenstelegram
naar zijn hotel, zij was zijn ultieme doping geweest.
Meer dan dertig jaar later werd Helen Simpson de Penelope
die haar Achilles Tom niet meer terug zag komen,
de Britse Ikaros had zich aan de felle zon verschroeid,
het echtpaar Simpson werd op de flanken van de Ventoux
in een Grieks treurspel gedropt, de witte rotsen
van de kale berg maakten Helen met voorsprong en
peilloos diepe pijn tot de grote weduwe van de sport.
En jaren later de jonge Italiaanse god
– Fabio Casartelli was zijn naam –
die in de afzink van de Portet d’ Aspet
zijn zwanenzang met overvloedig bloed bedekte,
het mooie hoofd niet met een helm bekroond,
een ordinaire betonnen blok slaat alle leven stuk,
de woeste waanzin van de veel te jonge dood.

Willie Verhegghe groet Tom Simpson

– V –
Paysages et femmes

Elk jaar opnieuw zijn zij present langs het parcours:
de mooie vrouwen in de volle glorieuze overgave
van hun genereuze ongerepte schoonheid.
Soms bedekt alleen de zon met haar verblindend licht
de stukjes paradijs waar mannen zot van zijn:
de borsten in de strak gespannen t-shirts,
hun lokkend oog, de lava van hun lippen,
de vermoede venusheuvels die de Alpen tarten.
En de renners: met geveinsde schroom fietsen zij
er flitsend langs, de grijpgrage handen aan het stuur
maar in hun hoofd het vuur dat zelfs niet met
het ijskoud water van een bergrivier te blussen is.
De cols staan pijnlijk in hun blik geëtst,
horden zonnebloemen vernederen de gele trui en
ingeslapen dorpen geeuwen zich te pletter
wanneer de karavaan met knettergek en hels kabaal
de klokken in de kerken aan het luiden brengt.
Ik, ik denk tot piëteitsvol slot aan la vielle dame
Yvette Horner, 90 nu maar in mijn gewillig oor en oog
steeds van op het dak van een Citroën-Traction-Avant
met haar virtuoze vingers aan de toetsen
van een rode harmonica, haar brandend rosse haar
wild waaiend in de  Franse winden die de Tour
in een weelderige waas van pure rijkdom hullen.
Al klinkt richesse hier stukken mooier:
Vive le Tour !

willie verhegghe
ook te lezen in De Muur (41)

Advertenties

Over GeelZucht

GeelZucht zijn 5 dichters die 1 Tour verslaan! In 2012 zijn dat Yella Arnouts, Bert Bevers, Patrick Cornillie, Frank Pollet en Willie Verhegghe.

Reacties

2 gedachtes over “La Grande Boucle

  1. Beste Besten,vorig jaar heb ik de eer en het genoegen gehad om te genieten van de talentvolle woordenvloed van de Geelzucht-dichters. Ik kijk al uit naar hun nieuwe waterval van woorden en zinnen. Ik kan alleen zeggen geniet samen met mij,misschien ontmoeten we elkaar om er over te praten……..alleen met passie. De TOUR,ik ken hem want 33 jaar lang was ik onderdeel van. Gewoon …. geniet. Dirk.

    Geplaatst door Dirk Nachtergaele | 16/06/2013, 21:31
    • Beste Dirk
      hartelijk dank voor je fijne spontane reactie. We heten je nu alweer zeer welkom, uiteraard op dit blog, maar ook op 18 augustus, live in het Centrum Ronde van Vlaanderen, waar we ’s ochtends het 4de GeelZucht-boek zullen presenteren. Hopelijk zien we elkaar daar / dan.
      Als je zin hebt om te reageren op gedichten: laat je niet tegenhouden.
      Geniet ook jij van de komende Tour!

      Geplaatst door GeelZucht | 17/06/2013, 09:54

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Cheese!

Archief

%d bloggers liken dit: